‘Sonny Boy’ in première

juli 28, 2011

In de aangrijpende bestseller ‘Sonny Boy’, gepubliceerd in 2004, beschrijft Annejet van der Zijl de waar gebeurde geschiedenis van een in 1928 ontsproten liefde tussen de Hollandse Rika van der Lans, gescheiden 40-jarige moeder van vier kinderen, en de zeventien jaar jongere kostganger, de Surinaamse student Waldemar Nods. Als blijkt dat ze van hem in verwachting is, is zeker in die tijd het schandaal rondom deze ‘verboden liefde’ groot. Ze krijgen een zoon, Waldemar jr. Voor beiden is hij ook hun Sonny Boy, de naam van de in de dertiger jaren van de vorige eeuw zo beroemd geworden song van de Amerikaan Al Johnson. Er volgen gelukkig jaren. In Scheveningen dreef Rika een pension en samen bouwen ze dit verder uit. Tijdens de oorlog, het was 1942, moest echter in opdracht van de Duitse bezetters, Scheveningen uit militaire overwegingen, worden ontruimd. Helaas dus ook het pension van Rika en Waldemar. Ergens in Scheveningen openen ze een illegaal pension, waar ook onderduikers, waaronder Joden, tijdelijk konden worden opgevangen. Het gaat lange tijd goed, maar begin 1944 worden ze verraden en er volgde een Duitse inval. Aanvankelijk worden ze opgebracht en vastgehouden in het politiebureau van Den Haag. Daar wordt hun zoon Waldemar (Sonny Boy), 13 jaar oud, van zijn ouders gescheiden. Hij zou ze nooit meer terugzien. Rika en Waldemar worden via het kamp Vught op transport gesteld naar Duitse concentratiekampen. Rika komt in het concentratiekamp Ravensbrück bij Hamburg terecht en Waldemar Nods in het concentratiekamp Neuengamme. Beiden zijn in Duitsland omgekomen. Rika door ziekte en uitputting en zeer dramatisch was de dood van Waldemar. Als één van de weinige overlevenden van de duizenden krijgsgevangenen op de door de Engelsen gebombardeerde oceaanstomer Cap Arcona, wist hij zwemmend de Noord-Duitse kust te bereiken. Daar werd hij op 3 mei 1945 om 17.00 uur door twee jongens van de Hitlerjugend op een verlaten strandje neergeschoten.
De film over de aangrijpende bestseller gaat in première
Dit aangrijpende boek is verfilmd door regisseur Maria Peters. Na het lezen van het boek was zij bijzonder onder de indruk geraakt van de twee hoofdpersonen in dit drama, de oer-Hollandse Rika van der Lans en haar jeugdige Surinaamse minnaar, Waldemar Nods. Voor de hoofdrollen koos zij Ricky Koole (die eerder acteerde in ‘Lek’ en ‘Wit Licht’ als Rika en Sergio Hasselbaink als Waldemar. Overige rollen worden gespeeld door Gaite Jansen, Marcel Hensema en Martijn Lakmeijer, Goude Kalf winnaar met ‘Oorlogswinter’. Het echtpaar Nods heeft met kinderen en kleinkinderen een opnamedag mogen bijwonen in Hoorn en de kleinkinderen hebben zelfs meegespeeld in kleine figurantenrollen. Na het gereedkomen van de film werd de hele familie uitgenodigd voor een speciaal voor hen georganiseerde voorvertoning. Deze was vooral voor Waldi Nods , de Sonny Boy, heel confronterend. Hij zegt hierover: ‘De film is heel goed gemaakt, ik was sprakeloos. Het terugzien van mijn ouders en mijzelf op het grote filmdoek, de oorlogshandelingen en het realistisch in beeld gebrachte moment dat mijn vader werd vermoord. Het was aangrijpend”. Door spanning en emoties zijn hem bij de voorvertoning toch een aantal facetten ontgaan. Later, bij de officiële galapremière in het Circustheater in Scheveningen, was hij beter instaat om de film in alle rust te bekijken. De regisseur, Maria Peters, heeft zich volgens Waldi Nods heel goed aan het boek gehouden. Hij is dan ook heel trots en tevreden over de film. Na afloop van deze galapremière, werd hij door de presentatrice van deze avond, Astrid Joosten, op het podium geroepen, evenals de regisseur, de actrices en de acteurs. Hierbij was veel pers van radio, TV en dagbladen aanwezig. Een paar dagen later was men op TV, in het kunstprogramma ‘Opium’, heel lovend over deze film. De film gaat op 27 januari a.s. bij 110 bioscopen in première. Zowel het boek ‘Sonny Boy’, als de gelijknamige film, beveel ik van harte bij de lezers van dit blad aan.

Nieuwe bestemming voor de Ned.Herv.kerk begint vorm te krijgen

augustus 5, 2009

Exploitatie wordt ondergebracht in de St.Cultureel Centrum Ankeveen (i.o.)
Door: Joop Glijn

Ruim een jaar geleden informeerde ik u over de bijzondere plannen van de kerkenraad van de Ned.Herv.kerk van Ankeveen met hun sfeervolle  kerkje gelegen aan het Stichts End. Dit kerkje, dat op 24 juni a.s. 100 (!) jaar bestaat, was vanaf haar openstelling een protestantse enclave binnen de hoofdzakelijk rooms-katholieke dorpsgemeenschap. Maar de laatste jaren werd het voor de kerkenraad steeds moeilijker om de touwtjes aan elkaar te knopen. De ontkerkelijking, die in ons land steeds duidelijker vormen ging aannemen, liet ook binnen de kleine Herv. kerkgemeenschap van Ankeveen haar sporen achter. Het kerkbezoek liep ook daar zo terug, dat doorgaan als zelfstandige gemeente onmogelijk werd. Bovendien besloot Ds. Pieter van Walbeek van zijn VUT-regeling gebruik te maken, een besluit dat overigens al geruime tijd bekend was. Ds. Van Walbeek verhuisde na zijn afscheid naar Kortenhoef. Los van het feit dat er geen geldmiddelen waren om de dringend noodzakelijke restauratie van de kerk ter hand te nemen, ook het beroepen van een nieuwe predikant, als opvolger van Van Walbeek, bleek financieel niet haalbaar te zijn. Door die optelsom van omstandigheden was de kerkenraad genoodzaakt stappen te gaan ondernemen om te fuseren met een naburige kerkgemeenschap. Dit besluit van de kerkvoogdij riep wel de vraag op: wat doen we met onze kerk en de pastorie?

Een bijzonder aanbod aan de Ankeveense bevolking

De noodzakelijk geworden fusie resulteerde uiteindelijk in het besluit om op te gaan in de  Gereformeerde kerk van ’s-Graveland, omdat deze kerkgemeenschap spiritueel gezien het meest aansloot bij de wens van de lidmaten van de kerk in Ankeveen.Tijdens het fusiegesprek werd door de leden van de kerkenraad van Ankeveen ingebracht dat het de nadrukkelijke wens was het kerkje voor de Ankeveense gemeenschap te behouden. Ook de kerkenraad van de Gereformeerde kerk in ’s-Graveland bleek niet te beschikken over financiële middelen om na de fusie de kerk te restaureren. Kwam er geen oplossing dan moest de kerk, de pastorie en de grond worden aangeboden aan een projectontwikkelaar, met alle gevolgen van dien.

De Ankeveners haakten massaal in op het aanbod van de kerkvoogdij

Op 21 maart van het vorig jaar volgde er in de kerk een informatieavond voor de Ankeveense bevolking en de kerk was die avond afgeladen vol. Een unieke gebeurtenis, omdat dorpsbewoners van twee geloofsrichtingen die avond schouder aan schouder in de kerk zaten. Broederlijk en zusterlijk zat men daar opeengepakt, met boven hun hoofden de fraaie koperen kroonluchters, waarin de kaarsrestanten bijna symbolisch hun laatste licht lieten schijnen over de aanwezige dorpsbewoners. Ed Forma, lid van de kerkenraad, gaf die avond de aanwezigen een uiteenzetting over de situatie waarin de Ned.Herv. kerkgemeenschap terecht was gekomen en waardoor een fusie noodzakelijk werd. Daarnaast belichtte hij de dringend noodzakelijke restauratie van het kerkgebouw. Na deze openhartige uiteenzetting deed hij  namens de kerkenraad de Ankeveense gemeenschap  een uniek aanbod, met als doel de kerk voor de dorpsgemeenschap te behouden, door het een passende functie te geven op sociaal/cultureel terrein. De kerkenraad was in dat geval bereid om uit de verkoopopbrengst van het overige bezit, zoals de pastorie en de grond, fondsen beschikbaar te stellen om het kerkje  te restaureren. Dit wel onder de dwingende voorwaarde dat er uit de Ankeveense  gemeenschap  initiatieven zouden worden ontwikkeld om tot een verantwoorde exploitatie te komen. Mocht dit aanbod tot een mislukking leiden dan zou het gebouw weer terugvallen aan de nieuwe fusiekerk in ’s-Graveland.

Het plan werd omarmd

Binnen de leden van de kerkenraad  hoopten men dat reeds die avond duidelijk zou worden of er voor dit idee voldoende draagvlak zou zijn, om vervolgens op een later tijdstip een eerste aanzet te kunnen geven tot een gedachtewisseling met de belangstellenden over de gebruiksmogelijkheden.Tot hun blijdschap bleek dat het unieke aanbod met enthousiasme werd omarmd en zo’n twintig namen van dorpsbewoners die bereid waren om zich voor dit unieke project in te inzetten, kon aan het slot van deze bijzondere bijeenkomst worden genoteerd. Er vlogen die avond al snel bepaalde ideeën over en door de kerkbanken, zoals het onderbrengen van de exploitatie binnen de bestaande stichting “Bruisend Ankeveen”, of een aparte stichting in het leven te roepen voor het beheer en de exploitatie van het gebouw. Aan het slot van mijn artikel in de “Wie Wat Waar” schreef ik bijna een jaar geleden: “wordt vervolgd”. En al huldig ik het principe “dat je een broedse kip nooit mag storen”, ging ik toch op onderzoek uit om er achter te komen hoe op dit moment de stand van zaken is.

Een kerkfusie kost tijd

Tijdens een hernieuwd gesprek met Ed Forma over de huidige stand van zaken, bleek dat het fusieproces al in een vergevorderd stadium verkeert, met als streefdatum 1 juli van dit jaar.  Om tot een nieuwe Protestante kerk in ’s-Graveland te komen werd besloten dat de fusiepartners zich eerst formeel zullen opheffen, voordat men samen kan opgaan in een nieuwe Protestantse kerk in ’s-Graveland. Voor deze naamswijziging moet men naar een notaris. Voor het zo ver is komen er ook een paar afdelingen van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) aan de pas om hun akkoord aan deze fusie te geven. Zo heeft men de goedkeuring nodig van het Protestants Dienstencentrum voor N-Holland, gevestigd in Zaandam. Maar ook van een vergadering van de classis Hilversum, waaronder valt de protestantse kerken van Ankeveen, Bussum, Hilversum en Huizen. Het fusieproces, zowel tussen de beide fusiepartners, als met de externe afdelingen van de PKN, wordt begeleid door Ds.Otto Sondorp van het Protestants Dienstencentrum. Dit overleg had verschillende vergaderingen tot gevolg, waarbinnen ook de discussies over de bezittingen van de kerk een rol van betekenis hebben gespeeld. Bovendien moesten de jaarrekeningen van de beide fusiepartners prima in orde zijn. De wens van de kerkenraard van de nu nog Ned.Herv.kerk van Ankeveen, betekent dat het kerkelijk bezit als het ware fictief wordt weggegeven aan een burgerlijk doel. Het kerkgebouw in Ankeveen blijft wel in eigendom van de nieuwe Protestantse kerk in ‘sGraveland. De eventueel op te richten Stichting voor Exploitatie van de kerk krijgt het in eeuwigdurende bruikleen, tenzij de exploitatieplannen mislukken. Juist die voorwaarde moet voor de leden de stichting i.o., een stimulans zijn om de schouders er onder te zetten. Het kerkgebouw kan gerestaureerd worden, maar alle lasten van het beheer gaan over naar de stichting. Het is de bedoeling dat het kerkgebouw wel beschikbaar blijft voor  rouw- en trouwdiensten, dat de aulafunctie behouden blijft en eventueel ook als trouwlocatie gebruikt kan worden. Resumerend zal het de lezer duidelijk zijn dat het af te leggen fusiepad een tijdrovende zaak blijkt te zijn.

Enthousiaste vrijwilligers zijn achter de schermen aan de slag gegaan

Terwijl het hierboven vermelde fusietraject zich buiten hun gezichtsveld voltrok, zaten de vrijwilligers die zich hadden opgegeven, bepaald niet stilletjes op het groende licht te wachten. Integendeel zelfs. Dat werd me al snel duidelijk na contact te hebben opgenomen met een aantal Ankeveners die op dit moment de kar blijken te trekken. Dit overigens met alle steun van de rest van het team. Het afgelopen jaar blijkt er al het nodige werk te zijn verzet. Bijvoorbeeld om ideeën op te doen heeft men een bezoek gebracht aan de in de artiestenwereld  bekende Theaterkerk in Wadway, een klein dorpje in de kop van Noordholland, gelegen tussen Schagen en Den Helder. Daar heeft men al ruim twintig jaar ervaring met het organiseren van kleinschalige theatervoorstellingen in een voormalig kerkgebouwtje dat bijna even groot is als het kerkje in Ankeveen. Vele landelijk bekende artiesten van nu hebben daar hun eerste ervaring opgedaan bij het optreden voor publiek. Na dit succesvolle bezoek kwamen de Ankeveners enthousiast en met vele opgedane indrukken en ideeën, weer thuis. Er is daar zelfs al gesproken over een vorm van samenwerking, bijvoorbeeld door gebruik te kunnen maken van de kennis en ervaring bij het exploiteren van dit kerktheater. Ook is er de mogelijkheid van synergie m.b.t. “het inkopen” van voorstellingen. Op advies van de Ankevener Fred Bosse, is men vervolgens ook een kijkje gaan nemen in de voormalige Westergasfabriek in Amsterdam, waar hij tijdens het verbouwen en inrichten ervan als uitvoerder betrokken is geweest. Ook daar worden culturele activiteiten ontwikkeld, hoewel dat gebouw wel veel grootschaliger is dan het kerkje in Ankeveen. Maar toch deed men ook daar de nodige, bruikbare ideeën op en natuurlijk kon  de naam van hun dorpsgenoot Fred Bosse worden bijgeschreven op de lijst van bruikbare medewerkers. Al met al moeten al die opgedane indrukken nog even bezinken, om vervolgens geanalyseerd te worden om te kunnen beoordelen of ze gebruikt kunnen worden bij de herinrichting van de kerk, of bij het samenstellen van een eerste en wervend theaterprogramma. Niet onvermeld mag blijven dat Rob Torsing al een eerste aanzet heeft gegeven voor een ontwerptekening van de herinrichting van de kerk, dat Eric Korpershoek bezig is met de Statuten, dat Wim Reymerinkk al een bezoek heeft gebracht aan een notaris om over de statuten te praten, dat Nelleke Schenkkan betrokken is bij het verkrijgen van een intentieverklaring van de gemeente Wijdemeren en dat Fred Bosse benaderd is voor een offerte van een aannemer voor het uitvoeren van de restauratie.

Het beheer en de exploitatie worden ondergebracht in een Stichting (i.o.)

 Er blijkt dat er al een bestuur is samengesteld dat in eerste instantie bestaat uit Eric Torsing – voorzitter, Wim de Jong – vice-voorzitter, Gerry Torsing –  secretaris en Wim Reijmerink –   penningmeester. De naam van de stichting wordt: Stichting (i.o.) Cultureel Centrum Ankeveen, t.b.v. Behoud Kerkgebouw Ankeveen. De geformuleerde doelstelling is tweeledig, t.w.

  1. Het ontwikkelen van een bestuursmodel die het mogelijk moet maken om met beperkte financiële middelen en door gebruik te maken van vrijwilligers, te komen tot een financieel gezonde en langdurige exploitatie van het kerkgebouw van de voormalige Ned.Herv.kerk in Ankeveen.
  2. Het verhogen van de leefbaarheid binnen de dorpskern Ankeveen en het aanbieden van culturele activiteiten voor zowel het dorp Ankeveen,  als voor de regio.

Onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur worden er een drietal commissies samengesteld, waarbinnen de werkzaamheden en de activiteiten worden gedelegeerd. Dat is een Commissie Onderhoud, een Commissie Activiteiten/Evenementen en een Commissie Bouwactiviteiten

Ook worden er op dit moment ideeën ontwikkeld dat men van de Theaterkerk Ankeveen “theatervriend” kan worden. Deze “theatervrienden” ondersteunen door hun jaarlijkse donatie  het instandhouden van deze unieke Theaterkerk van Ankeveen. Natuurlijk zullen er voor deze donateurs bepaalde faciliteiten tegenover staan. U hoort hier binnen afzienbare tijd vast meer over. Op woensdag, 21 maart a.s. worden alle vrijwilligers weer uitgenodigd in het kerkje in Ankeveen om door het bestuur geïnformeerd te worden over de huidige stand van zaken.

Conclusie

Uit alles blijkt dat er in stilte door een enthousiast team van vrijwilligers al heel veel werk is verzet en de eerste aanzet is gegeven om Ankeveen binnen afzienbare tijd te verrijken met een bijzondere theaterkerk . Daar kan een geweldige stimulans en versterking van uitgaan  voor zowel het culturele leven in het sfeervolle dorp zelf, als in geheel Wijdemeren . Maar vooral ook de niet te onderschatten sterke uitstraling naar de regio.

Het verhaal over de bewoners van landhuis Hilverbeek was incompleet

augustus 3, 2009

Voormalig kamenier Grada Janmaat – Zuurveld lucht haar har
Door: Joop Glijn

 

Het paginagrote artikel.in onze regionale krant De Gooi en Eemlander van 10 juli j.l.,over de bewoners van het fraaie landhuis Hilverbeek in ’s-Graveland, was incompleet en op onderdelen onvolledig, onjuist en grievend. Dat is de duidelijke mening van zowel Truus Smit – Koelink als Grada Janmaat – Zuurveld, beiden woonachtig in Kortenhoef. Beiden hebben namelijk bijna 40 jaar als kamermeisjes, in die kringen ook wel kameniers genoemd, gewerkt bij de familie Frowein, die het landhuis in 1938 voor een periode van 40 jaar van Natuurmonumenten hadden gehuurd. Het echtpaar Frowein had daarnaast ook een landgoed in Gemert in Brabant van 800 hectare groot, met daarop de villa Cleefswit. Jonkvrouwe Hermenegilde Marie Th..J. Gravin Wolff Metternich, was de oudste dochter van Graaf Wolff Metternich, kasteelheer van het slot Hillenraadt. Zij huwde met H.W.Frowein, toen reserve tweede luitenant der huzaren. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Alexander en Madeleine en huurde kort voor de tweede wereldoorlog het landhuis Hilverbeek van Natuurmonumenten. De heer Frowein had later verschillende functies, zoals President-commissaris van van de Verenigde machinefabrieken Stork N.V, hij was oud-commissaris en Oud-directeur van de N.V.Deli-Maatschappij, hij was Lid van de Raad van Commissarissen van de AmroBank N.V. en commissaris van de N.V.Nederlandse Scheepvaart Unie. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1975, 68 jaar oud en begraven op de R.K.begraafplaats van de St.Antoniuskerk in Kortenhoef, verhuisde mevrouw Frowein kort daarna naar een luxe appartement, gelegen aan de Palestrinalaan in Hilversum. Grada Janmaat, die haar mevrouw ook daar trouw bleef, vond haar daar op 22 augustus 1990 en op 25 augustus werd ze bijgezet in het graf van haar man. Ze werd 79 jaar oud. Het overlijden van mevrouw Frowein was voor Grada echter niet het einde van haar zorg voor het overleden echtpaar, want tot op de dag van vandaag verzorgt ze nog steeds het familiegraf van een echtpaar dat haar zeer dierbaar was.

Waarom gegriefd over het artikel?

Grada vertelt me dat ze, nadat ze het artikel had gelezen, onmiddellijk contact heeft gezocht met haar vriendin en oud-coillega Truus Smit – Koelink. Beiden bleken in hun spontane oordeel gelijkgestemd te zijn. In de eerste plaats zijn ze er zeer gebelgd over het feit dat het echtpaar Frowein, zeer bevriend geweest met onze koninklijke familie, waarvan de leden regelmatig op bezoek kwamen bij het echtpaar Frowein, niet als belangrijke bewoners van Hilverbeek in het artikel werden vermeld. Slechts in een omkaderd aanvullende informatie, geplaatst naast het grote hoofdartikel en onder de kopregel “Gravin met glazen oog”, werd de familie Frowein genoemd. Vooral die kopregel heeft hen beiden bijzonder gegriefd. Grada Janmaat hierover: “Ze stond in de regio helemaal niet met die bijnaam bekend, sterker nog, behalve intimi wist niemand van deze handicap af. Bij het neerstorten van een V-1 in 1944 op de Leeuwenlaan, pal tegenover het landhuis Hilverbeek, stond mevrouw Frowein, die buiten een sterk aanzwellend gebrom hoorde, bij het grote raam van de grote salon. Door de enorme schokgolf bij het neerstorten begaven de grote ramen het en werd ze in haar gezicht getroffen  door glassplinters. Daarbij verloor ze het licht in één van haar ogen. Dat feit  is echter heel zorgvuldig buiten de publiciteit gehouden en in het dorp is het ook nooit een issue geweest. Om haar nu deze titel te geven vinden wij ronduit misselijk” Maar er is meer dat de voormalige kameniers dwars zit en best vermeld had mogen worden: het echtpaar Frowein heeft in de oorlogsjaren heel goed werk verricht. Ze hebben bijvoorbeeld gedurende de vijf oorlogsjaren in het dorp een groot gezin onderhouden en mevrouw Frowein was bovendien draagster van het Verzets Herdenkingskruis. Ook het verhaal dat de Sjah van Perzië een nacht in de balconkamer heeft geslapen, klopt niets van en is pertinent onjuist. Grada hierover: “Ik heb Koningin Juliana,  Prins Bernhard en de Sjah zelf binnengelaten en hen, inclusief de Sjah, aan het eind van de avond ook weer uitgelaten. Hoe komt men aan die onzin? Tenslotte stoort zij zich ook aan de foto bij het artikel van het bijzondere toilet met het fraaie uitzicht. Ze kent na al die tientallen jaren het toilet heel goed, maar het zag er in de tijd van de familie Frowein heel wat chiquer uit dan op die foto met dat rare vloerkleedje. Om haar kennis van het landhuis duidelijk te bevestigen somt ze aan de hand van de krantenfoto geroutineerd van kelder tot zolderverdieping alle kamers en overige ruimtes met naam en toenaam op.

Solliciteren en de werkzaamheden

Als jong meisje is door een tip van de moeder van haar man, bij de familie terecht gekomen. Daar werkte Truus Koelink toen al en ook haar moeder. De dagindeling zag er als volgt uit: Om 08.15 uur werd er ontbeten, koffie gedronken om 10.15 uur. Vervolgens kwam mevrouw het diner bespreken. Om 13.00 uur was er de lunch. Daarna waren de kameniers vrij tot 15.00. Om 15.30 uur was er thee en om 19.15 uur het diner. Tenslotte opruimen en dan om 20.00/20.15 uur naar huis.

Onder de eetkamer was links beneden de keuken en vandaar ging het eten met de lift naar de eetkamer. Het opdienen begon altijd bij mevrouw, daarna meneer en de overige familieleden.

Op maandagmorgen kwam meneer v.d.Bunt het zilver poetsen. Dat deed hij door het hele huis, inclusief het bestek.  Grada en Truus hoefden bepaald niet hard te werken, maar alles moest wel op tijd klaar zijn.

Vakantie houden in “Cleefswit”

Niet alleen ging Grada Janmaat altijd mee wanneer voor een paar dagen jacht het echtpaar naar hun landgoed in Brabant vertrok, maar de gezinnen van Smit en Janmaat mochten daar ook met al hun kinderen ook vakantie houden. Dat was voor alle leden van deze gezinnen altijd weer heel bijzonder. Dit was natuurlijk uitsluitend mogelijk wanner de familie in het buitenland verbleef e dat was met grote regelmaat het geval. Op Hilverbeek pakte Grada altijd de koffers in en wist precies

Fraai watersportweekend in en rondom Wijdemeren

augustus 3, 2009

In en rondom de sluizen heerste een gezellige drukte
Door: Joop Glijn

 

De laatste week van juli maakte toch nog veel goed van deze goeddeels mislukte zomermaand.  Tijdens de eerste drie weken van de schoolvakanties in deze regio, kon het weer gewoon niet slechter, want kou en regen geselden ons land.Vooral gezinnen met kinderen die in zomerhuisjes of in tenten in eigen land hun welverdiende vakanties doorbrachten, waren hiervan de dupe. Het slechte weer beperkte zich overigens niet tot ons eigen land, want tot ver buiten onze landsgrenzen was het hetzelfde laken en pak. De dagelijkse beelden van de Tour de France, die velen dagelijks gevolgd zullen hebben, waren hiervan het overtuigende bewijs. Door die situatie was er gelukkig sprake van “gedeelde smart is halve smart”. Maar eindelijk, eindelijk sloeg het weer om en kon er laat in juli toch nog worden genoten van een serie prachtige zomerdagen. Die ommekeer werd dan ook ten volle omarmd, want bijna iedereen wilde natuurlijk de schade van een verregende vakantie een beetje inhalen. Vooral voor degenen die alweer volop aan het werk waren, kwam bijvoorbeeld het zomerse weekend van eind juli als een geschenk uit de hemel.

 

Een rondje Wijdemeren

Toen we eindelijk met zomerse temperaturen te maken kregen viel er binnen onze eigen gemeente op en rondom de plassen veel te genieten. Op zaterdag 26 juli ben ik eerst maar eens een kijkje gaan nemen bij de zelfbedieningssluis in de ’s-Gravelandsevaart tegenover Intratuin. Het was daar al vroeg een drukte van belang. Kende deze sluis na oplevering nog geruime tijd een reeks van vervelende storingen, met alle gevolgen van dien, die blijken gelukkig verleden tijd te zijn en zoals ik het kon waarnemen, functioneert de sluis nu prima. Door de lage en vrij smalle doorgang onder de Vreelandseweg, naar en van het Hilversums kanaal, is het gebruikmaken van deze sluis niet voor alle plezierboten weggelegd. Dat ondervond bijvoorbeeld de Fries Jan Hofstede, met vrouw en twee kleine kinderen door het land trekkend met hun fraaie Lemster aak. Die heeft hij als casco gekocht en zelf helemaal afgebouwd. Na het Hilversums kanaal wilde hij via de Loosdrechtse plassen en de Vecht richting Utrecht en Gorcum varen en vervolgens  richting Bolsward, zijn thuishaven. Ze kwamen met de aak bijna  onder de brug vast te zitten, maar met veel kunst en vliegwerk en de nodige ervaring worstelde hij zich toch onbeschadigd weer naar buiten. Vervolgens was de bediening van de sluis voor dit echtpaar een koud kunstje en goedgemutst vervolgden zij hun vaarroute richting Loosdrecht. Het zijn dus vooral de kleine pleziervaartuigen die van de mogelijkheid een rondje Wijdemeren te varen, gebruik kunnen maken. Vanuit Loosdrecht komend vaart men na het schutten in de zelfbedieningssluis linksaf het Hilversums kanaal op naar de sluis ’t Hemeltje in Nederhorst den Berg. Na daar geschut te hebben linksaf de Vecht op en via de Mijndense sluis bereikt men weer de Loosdrechtse plassen. Uiteraard kan dit rondje ook in omgekeerde richting worden gemaakt. Ik ontmoette bij de zelfbedieningsluis ondermeer het echtpaar Debeaune dat 20 jaar in Frankrijk heeft gewoond en met hun boot weer volop genoten van de schoonheid van het plassengebied in eigen land. Oost west, thuis best, zullen we maar zeggen. Daar was ook de familie Krijnen die met hun buurman Schepers uit Loosdrecht een stukje gingen varen, de familie Verbeek uit Huis ter Heide die hebben hun bootje in Loosdrecht liggen, de familie Hogendoorn uit Utrecht en tenslotte de familie van Rooijen uit Hilversum .Die zijn drie weken met hun plezierjachtje op stap geweest en zij hebben hun vaste ligplaats bij de watersportver. “de Watervogels” in Oud-Loosdrecht. Al die families die de sluis passeerden waren, hoe kan het ook anders, in een opperbeste stemming. De zon stond hoog aan de hemel, de zelfbedieningssluis werkte perfect en het beloofde een heerlijke watersportdag te worden.

De sluis ’t Hemeltje in Nederhorst den Berg.

Na die leuke eerste indrukken op die stralende zaterdagmorgen reed ik vervolgens naar de sluis ’t Hemeltje in Nederhorst den Berg, die de vaarverbinging vormt van het Hilversums kanaal met de Vecht. Gezien de grootte van de schutsluis is daar wel een sluiswachter actief en wel de heer Elie Pouw. Natuurlijk ging ik een praatje met hem maken en ondanks het drukke sluisverkeer nam hij toch even de tijd voor me. Hij blijkt al jaren in het vak te zitten. Vanaf 1976 is hij in dienst bij de gemeente Hilversum. Tot 1991 was hij invaller bij afwezigheid van de toenmalige vaste sluiswachter en vanaf 1991 is hij officieel als sluiswachter in functie. Maar volgens Elie is de sluiswachter helaas een uitstervend ras aan het worden, want er is een ontwikkeling gaande dat ook de sluisbruggen in de nabije toekomst op afstand zullen worden bediend. In dit plassengebied zal dit vanuit Weesp gaan gebeuren. Bij een aantal grote bruggen over de Vecht is dit inmiddels al het geval. Gelukkig hoeft de tegenwoordige sluiswachter bij mooi weer, zoals op deze stralende zaterdag het geval was, niet meer binnen te zitten om alles te kunnen bedienen, maar kan hij of zij met de huidige moderne apparatuur ook  buiten zowel de brug, als de sluisdeuren bedienen.

Het blijkt al gauw dat Pouw in de loop der jaren vele contacten met eigenaren van vaartuigen heeft opgebouwd, want bij het in- en uitvaren van de vaartuigen zijn de kwinkslagen over en weer niet van de lucht. Dat zorgde voor dat speciale watersportsfeertje en verhoogde de stemming. Als ik de opmerking maak dat het er rondom de sluis zo verzorgd uitziet, vertelt Elie me niet zonder trots dat hij dat allemaal zelf onderhoud. De sluis is tussen 12.00 en 13.00 uur gesloten en in die tussentijd heeft hij ook die zaterdag nog even het gras gemaaid. Dat is te zien, want het oogt als een biljartlaken. Trouwens uit ons gesprek blijkt ook dat hij een echte doener is die ook in zijn vrije tijd niet stil kan zitten. In het verleden heeft hij ook bij de handbalafdeling van sportclub “Nederhorst” zijn sporen verdiend.

De sluiswachter vroeger en nu

Als ik hem vertel dat het mij als zoon van een vroegere beurtschipper opvalt dat ik het bekende klompje aan de hengel mis waarmee tijdens mijn jeugdjaren de sluiswachter het sluisgeld ophaalde, vertelt hij me dat die romantische vorm van betalen al lang verleden tijd is. Tegenwoordig ontvangt iedere passant een bewijs van betaling en loopt de sluiswachter tijdens het schutten alle boten af om het sluisgeld in ontvangst te nemen. Hierop inhakend moet hij overigens wel bekennen dat hij de zeventiger en begin tachtiger jaren als sluiswachter wel de leukste periode heeft gevonden. Het was toen allemaal nog handbediening en de mensen waren ook gemoedelijker, hadden minder haast en meer tijd voor een praatje. Hij vertelt me ook dat tegenwoordig tijdens een mooi zomers weekend wel zo’n 300 vaartuigen, groot en klein, zijn sluis passeren. En ook die bewuste mooie zaterdag was het weer gezellig druk in de sluis, maar ondanks dat verliep het schutten probleemloos. Eén ding zit sluiswachter Pouw dwars en wel het volgende: Eenmaal per jaar wordt er in Loosdrecht  “de Sloep en Tocht” georganiseerd, zeg maar een rondje Wijdemeren voor sloepen. Daarbij wordt in de pers wel steevast de Mijndense sluis genoemd, maar nooit ’t Hemeltje, terwijl het hier wel de mooiste locatie is. Nog eens kritisch rondkijkend moet ik hem daarin volkomen gelijk geven.

Een stormachtig einde van een stralende dag aan en op het water

In deze terugblik op een stralend zomerweekend mag niet onvermeld blijven dat er aan het eind van die heerlijke zaterdag een zwaar onweer losbarstte, die plaatselijk gepaard ging met hagelbuien en zware windstoten. Na een snikhete dag veroorzaakte die bui helaas veel schade aan bomen en vele tuinen binnen Wijdemeren. Hoe het tijdens die zware onweersbui de vele enthousiaste watersporters is vergaan die met hun open bootjes de fraaie plassen en de Vecht bevolkten, is mij onbekend. Gelukkig bleek achteraf wel dat er zich geen persoonlijke ongelukken hebben voorgedaan en dat was, ondanks alle schade, toch goed nieuws.

De Mijndense sluis, een doorlopende theatervoorstelling

De derde locatie die ik dat weekend bezocht was natuurlijk de Mijndense sluis, die de Loosdrechtse plassen verbindt met de Vecht. Heel bewust bezocht ik deze sluis niet op zaterdag, maar op zondag 28 juli j.l., omdat bij mooi weer velen die dag de fiets zouden pakken en dat bleek een goede inschatting te zijn. Het was file fietsen langs de Vecht en bij de  sluis aangekomen was het daar niet alleen een drukte van jewelste, maar was het er ook reuze gezellig. Tot in alle uithoeken rondom de sluis stonden gestalde fietsen en alle stoeltjes langs de kade van de sluis waren bezet, de verfrissingen vloeiden rijkelijk in dorstige kelen.Uit een geluidsbox zong op dat moment de een of andere smartlapkoningin: “Ik droomde van een paradijs op aarde”. Toepasselijker kon het gewoon niet. De dienstdoende sluiswachter bleek die zondag een vrouw te zijn en wel Ilonka Koster. Ondanks de voortdurend overvolle sluis, bleef zij rustig en vakkundig haar verantwoordelijke taak uitvoeren. Ze trok zich niets aan van de vele op- en aanmerkingen door de beste stuurlui die aan de wal zaten tijdens het schutten. Ze nam toch even de tijd om mij te vertellen dat de chaotische toestanden, zowel in, als aan beide zijden voor de sluis, grotendeels verleden tijd zijn door het plaatsen van goede aanlegsteigers aan beide zijden voor de sluis. Nauwelijks had zij die woorden uitgesproken of een dame op de voorplecht van een binnenvarend middelgroot jacht, met aan het roer een bepaald niet geroutineerde stuurman (haar echtgenoot?) kreeg van hem luidkeels het bevel om op de voorplecht het touw in haar handen over de bolder te gooien. Overmand door nervositeit, verhoogd door de priemende ogen van de vele toeschouwers, had ze helaas niet in de gaten dat ze op een deel van het touw stond, daardoor verloor ze bij het gooien,  even haar balans , zocht in paniek met één been steun op de kade, maar door deze beweging duwde ze de nog niet vastgelegde boot met haar andere been weer van de kade af.  Ondanks haar gevorderde leeftijd kwam ze hierdoor in een fraai uitgevoerde gymnastische spagaat terecht. Qua uitvoering zou die bij wedstrijden een hoog cijfer hebben gehaald. Een geluk bij een ongeluk was dat er aan de andere kant van het jacht een klein bootje lag en de eigenaar daarvan zag de bui al hangen en duwde uit alle macht haar boot weer terug. Door dit geluk bij een ongeluk kon de ongelukkige dame toch nog zonder letsel uit die spagaatstand komen en een feilloze afsprong maken. Applaus was haar deel. Op dit soort komische situaties zat dus iedereen op die stoelen langs de kade te wachten. Ja, ondanks alle maatregelen om chaos te voorkomen, blijft het daar tijdens een zomers weekend toch een doorlopende theatervoorstelling met succes verzekerd.   

De Zanderijsluis in Nederhorst den Berg.

Al ligt de sluis een beetje buiten de route van het bekende rondje Wijdemeren, de aanwezigheid van die sluis mag bepaald niet onvermeld blijven. Bij de Hinderdam geeft hij  vanaf de Vecht toegang tot de bijzonder fraaie Spiegel- en Blijkpolderplas, vice versa. Ook daar functioneerde tijdens mijn bezoek een vrouwelijke en charmante sluiswachter en wel Ineke Tovar uit Weesp. De sluis is in eigendom van Waternet en de brug van de Provincie. De sluis is 8 mtr breed, 40 mtr lang en 2.80 mtr diep. Het schutschema van de sluis is van 1 juni tot 15 september: van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 11.00 uur en van 17.30 tot 20.00 uur. Op zaterdag, zondag en feestdagen: van 10.00 tot 12.00 uur en van 17.30 tot 20.00 uur. De Spiegelplas zelf is een mooie en rustige recreatieplas, met glashelder water en omringd door schitterende natuur, veelal in eigendom van Natuurmonumenten. Voor de recreanten liggen er  een aantal strandjes en op een bij de sluis te verkrijgen kaart van de Spiegelplas staat duidelijk aangegeven waar men mag aanleggen en wat de verdere regels zijn. Het is meer dan de moeite waard om deze plas eens te gaan verkennen. Dat ook hier sprake was van een gezellige vakantiestemming bleek wel toen de enthousiaste en kliëntvriendelijke Ilona Tovar, die altijd ’s morgens de sluis bediend, van een zeer tevreden jachteigenaar uit dank voor de goede service een heerlijk fles wijn kreeg aangeboden. Ze was er zichtbaar verlegen onder.

Conclusie

Om tijdens zo’n bijzonder fraai zomerweekend als dat van 26 en 27 juli j.l., per fiets binnen onze gemeente op  verkenningstocht te gaan, heeft een heilzame uitwerking. Je word je er namelijk weer eens van bewust in wat voor prachtig plassengebied wij hier wonen en kunnen recreëren. Een ideale situatie om even afstand te kunnen nemen van de dagelijkse beslommeringen en van die grote wereld om ons heen., Daarbij  kom je ook nog eens tot de ontdekking komen dat het met onze economie nog niet zo slecht is gesteld. De watersportcentra draaiden op volle toeren en aan luxe vaartuigen in alle vormen en maten bleek er tijdens dat weekend totaal geen gebrek. Laten we hopen dat er nog enige van deze zomerse wekenden zullen volgen, want het is hét medicijn tegen het doemdenken.

Ooievaars zijn weer helemaal terug van weggeweest

augustus 3, 2009

Een zomermaand vol verrassingen
Door: Joop Glijn

Gelukkig weer veilig terug na familiebezoek in het verre Canada. Hoe prachtig de reis ook was, ons landje weer binnenvliegend blijft een fascinerende thuiskomst. De vanuit de lucht opdoemende kustlijn, de duinenrij, de sluizen van IJmuiden, het Noordzee kanaal, de bekende oude steden, de groene weilanden tussen kaarsrechte sloten en kanalen en zelfs het drukke verkeer op de snelwegen heeft vanuit de lucht gezien een heel andere impact dan dat je er tussen zit. Na die prachtige beelden landden we dus weer veilig op het zo vertrouwde Schiphol. Kortom, voor even kwamen de opgedane indrukken tijdens een prachtige reis op het tweede plan te staan en keken we als in vogelvlucht neer op ons knusse en vertrouwde kikkerlandje. Misschien is die recente ervaring wel ongemerkt de reden geweest dat in deze aflevering een bijzondere vogel centraal staat. Een vogel die, zo ver ik me kan herinneren, in ons land het symbool was en nog steeds is bij iedere geboorte van een mensenkind. Binnen het gezin waar ik ben opgegroeid, ging de anekdote dat toen mijn jongste zusje was geboren, ik bij mijn moeder de deken terugsloeg met de prangende vraag: “Waar heeft hij geprikt?” Dan heb ik het natuurlijk over de ooievaar.

 

Ze zijn hier weer helemaal terug van weggeweest

Ruim een jaar geleden attendeerde ik de lezers van de “Wie Wat Waar” reeds op een

Ooievaarsnest, gebouwd op een paal in het poldergebied langs de Stichtse kade in Ankeveen.  Door gebruik te maken van de nieuwste communicatiemiddelen, namelijk een digitale camera en een computer, heeft de bijna naast het nest wonende Ankevener Hans Schouten, het voor vogelliefhebbers waar ook ter wereld, mogelijk gemaakt om via de website www.bigbroeder.nl , dagelijks een kijkje te nemen bij het ooievaarsechtpaartje en hun drie jongen. Via dezelfde website is er ook een schat aan foto’s te bewonderen. Een paar jaar geleden was de aanwezigheid van ooievaars in ons poldergebied nog een zeldzaamheid, maar dat is in korte tijd drastisch veranderd. In ieder van onze drie omringende dorpen is er inmiddels een bewoond nest te vinden, zoals bij Riet en Ton Smeenk, wonende aan de Dwarsweg in de Horstermeerpolder in Nederhorst den Berg. Daar zat een paartje met drie jongen. Op 6 juli zijn deze jongen daar uitgevlogen. Achter het huis bij de familie Dekker, wonende langs de Kwakel in Kortenhoef, heeft een paartje twee jongen gekregen en tenslotte naast de familie Hans en Marianne Schouten, wonende langs de Stichtse kade in Ankeveen waar voor het tweede jaar een paartje nestelde en dit jaar was het resultaat drie jonge ooievaars. De eerste vloog uit op 5 juli en de laatste had op 10 juli de moed om het ouderlijk nest te verlaten. Hans Schouten vertelde me dat hij na het uitvliegen met spanning had afgewacht of ze hun nest nog konden terugvinden. Gelukkig bleek dat het geval te zijn. Maar los van de ooievaars die hier dus hun jongen hebben gekregen, zijn er inmiddels al veel meer  in en rondom onze  dorpen gesignaleerd. Bijvoorbeeld op de weilanden langs de Kwakel in Kortenhoef, de weilanden langs de Herenweg in Ankeveen en een buitengewoon grote groep van zo’n 25 ooievaars streek neer op weilanden langs het Zuidereinde in ’s-Graveland. Het was de ’s-Gravelander Otto van Dijk die mij hierop attendeerde en hij had ze bovendien spontaan op een foto vastgelegd.Van zijn buurman, de gepensioneerde veehouder Klaas Pelsma, vernam hij dat ze vooral op het gieren van het land afkomen omdat ze gek zijn op de larven die in deze mest zitten. Hierop inhakend vertelde Hans Schouten mij dat het zeer wel mogelijk is dat deze grote groep afkomstig is uit de omgeving van Drente, omdat daar het natuurlijk voedsel voor deze vogels heel schaars blijkt te zijn. Door honger gedreven vlogen ze waarschijnlijk westwaarts, in de richting van de sappige weilanden in Noord- en Zuidholland. Door het aanvankelijke gebrek aan voedsel zullen de jongen van deze ooievaars het zeer waarschijnlijk niet redden.De natuur ook hard en meedogenloos zijn.

Het ringen van de ooievaars

Wanneer er sprake is van jonge ooievaars worden ze, als ze zo rond de 5 ½ week oud zijn, geringd. Komt de aanmelding voor dit ringen te laat bij een station binnen, dan is het ringen niet meer mogelijk omdat de ooievaarspoot daarvoor te dik is geworden. Dit bleek bijvoorbeeld het geval te zijn bij de jonge ooievaars in het nest bij de familie Smeenk uit Nederhorst den Berg. Voor het ringen waren ze reeds uitgevlogen.In onze omgeving wordt het ringen uitgevoerd door Dick Jonkers uit Blaricum en Egbert van Oort uit Vreeland. Dick Jonkers is ornitoloog, oftewel vogeldeskundige. Dit ringen bleek in Ankeveen een hele happening te zijn geworden, gezien de belangstelling van verschillende dorpsgenoten. Het uit het nest halen van de jongen bleek door het in acht nemen van de nodige ervaring en zorgvuldigheid, heel goed te doen. Eenmaal op de begane grond gekomen werden ze in een speciale emmer gewogen en werd de lengte van de snavel gemeten. Tenslotte werden ze deskundig geringd. Even later liep de Ankevener Broer van Rijn liefdevol met een jonge ooievaar in zijn armen en ook Marianne Schouten, de echtgenote van Hans, kon deze verleiding niet weerstaan en zij bleek het deskundig dragen van een pas geborene nog lang niet verleerd te zijn. Dat ook Tiny Beemsterboer aanwezig was om deze bijzondere gebeurtenis met haar digitale camera vast te leggen, behoeft geen nader betoog. Dit ringen heeft ondermeer tot gevolg gehad dat kon worden vastgesteld dat een mannetjes-ooievaar uit Ankeveen is gesignaleerd in de omgeving van Madrid. Om daar te komen heeft hij niet minder dan 1562 km (!) afgelegd. Waarvan akte.

Conclusie

De ooievaars zijn in kort tijdsbestek en na een jarenlange afwezigheid weer nadrukkelijk terug in ons polderlandschap. Toch wel heel bijzonder, temeer omdat tot op de dag van vandaag de ooievaar symbool staat voor de geboorte van een nieuw mensenleven. Voor een land dat kampt met een sterke vergrijzing van de bevolking, mag dit in het bijzonder voor onze regio een hoopvolle ontwikkeling worden genoemd.

Hello world!

augustus 3, 2009

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.